Disclaimer

4-mei-herdenking

Herdenking 2017

Henk:

Vandaag werken Dakota en Iris mee aan het vertellen van het verhaal tijdens deze herdenking. Zij volgden, samen met hun klasgenoten, op de Emmaschool de lessen van het project ‘Leren van de oorlog’.

Dakota:

Wij vertellen vandaag over Joseph Goedhart.
Joseph werd op 5 maart 1921 geboren in Bocholt, in Duitsland.
Zijn vader was Louis Goedhart en zijn moeder heette Isabelle Laufer.
Isabelle was de tweede vrouw van Louis Goedhart.
In Winterswijk hadden zij een groente- en fruitzaak in de Meddosestraat.

Joseph kon niet zo goed leren.
Toch bleef hij tot zijn vijftiende jaar op school.
Maar met rekenen kwam hij niet verder dan tot de derde klas.
Dat is nu groep 5.
Hij zat op School C, vlak bij de grote kerk in het dorp.
Vlak voordat hij van school ging, werd er een foto gemaakt.

Groepsfoto van School C in Winterswijk – 1936
Op de tweede rij van onderen, vijfde van links: Joseph Goedhart
Op de derde rij, vierde van links: Rolf Nihom

Daarna werkte Joseph in het winkeltje van zijn ouders.
Hij ging ook langs de deuren met de groentekar.
Toen zijn vader in 1941 stierf, werd zijn hulp nog belangrijker.
Jospeh’s vader werd begraven op deze begraafplaats.

Iris:

Soms werd hij geplaagd door schooljongens.
Die kwamen in het winkeltje fruit kopen.
Eén appel, één peer, een paar pruimen.
Joseph moest dan uitrekenen hoeveel dat kostte.
En dat kon hij niet.
Dan werd hij uitgelachen.

Joseph was een grote jongen.
Hij was beresterk, maar hij deed niemand kwaad.

Joseph bleef trouw zijn moeder helpen.
Op sjabbat had hij even rust.
Dan wandelde hij wel eens door de straten van Winterswijk.
Hij had dan een grote hoed op en rookte een pijpje.
Er waren ook mensen die dan een praatje met hem maakten.

Op 4 oktober 1942 moest Joseph naar kamp Westerbork.
Zijn moeder bleef helemaal alleen achter.
Wat zal zij zich zorgen gemaakt hebben om haar jongen.
Op 19 oktober 1942 moest Joseph met de trein mee naar Auschwitz, samen met 1.326 andere mensen.
In dat kamp moest hij werken voor de nazi’s.
Op 28 februari 1943 werd hij vermoord in de gaskamers.

Joseph’s moeder moest op 10 april 1943 naar kamp Westerbork.
Zij was toen ziek.
Op 20 april moest zij met de trein mee naar kamp Sobibor, samen met 1.165 andere mensen.
Daar werd zij op 23 april 1943 vermoord in de gaskamers.

Henk:

Wij roepen vanmiddag hun namen temidden van al die namen die hier vanmiddag geroepen worden:
Isabelle Goedhart-Laufer, zij werd 64 jaar
Joseph Goedhart, hij werd 21 jaar

--------------------------------------------------

Herdenking 2016

Henk:

Vanavond helpen Sennah Besselink en Denise Doornheim, leerlingen van de Stegemanschool, mee aan de herdenking. Zij volgden in de afgelopen maanden, samen met vele andere leerlingen en hun juffen en meesters, de lessen van het project ‘Leren van de oorlog’.

Hij had vanaf 1933 een klein kruidenierswinkeltje in de Misterstraat, op nummer 3. Saul Aron Braunhut, een Joodse jongen uit Polen die in ons land een opleiding volgde en in 1932 trouwde met Eva Dina Berg uit Holten. Ze kregen twee kinderen, twee jongens: Matisjahu en Abraham.
Toen brak de oorlog uit en moest het gezin de winkel en de woning aan de Misterstraat verlaten. Ze trokken in bij de familie Fuldauer, op Vredenseweg 14. En daar leerden het gezin van bakker Van Zuilekom en het gezin Stemerdink de familie Braunhut een beetje kennen. Abraham Stemerdink vertelde over zijn buurjongetjes:

Sennah:

Ik mocht een keer met mijn moeder mee naar de familie Fuldauer. Daar ontmoette ik Matisjahu en Abraham. De jongens kwamen wel eens in onze tuin spelen. Daar was veel te zien: een kippenhok met veel kippen en een prachtige haan, konijnen, van die grote Vlaamse reuzen en zwart-witte Hollandertjes, en ook nog mooie goudfazanten. We probeerden wel eens vogeltjes te vangen in een schuin gezette kartonnen doos – takje eronder, touwtje eraan en wachten maar. Mijn moeder noemde mij wel eens ‘Brammetje 1’ en het buurjongetje ‘Brammetje 2’. Op een dag vertelde Brammetje Braunhut mij dat ze op reis gingen. Ik zie nog zijn blije gezicht.
Veel mensen uit de Iepenstraat, waar ik woonde, stonden te kijken op de dag dat ze allemaal weggingen. Het was 10 april 1943.

Henk:

Ook de kleindochter van Mevrouw Van Zuilekom vertelde over de familie Braunhut. Verhalen van haar moeder en haar oma.

Denise:

Mijn moeder ging als meisje wel eens op sjabbat de kachel aanmaken bij de familie Fuldauer, of het licht aan doen. De familie Braunhut heeft ruim een jaar bij hen ingewoond. De jongetjes, Matisjahu en Abraham, kwamen wel eens achterom de bakkerij in. Daar was altijd wel wat te snoepen, zelfs in de oorlog. Oma werd wel eens gewaarschuwd dat ze geen Joodse mensen in huis mocht laten. Gelukkig heeft ze zich daar niets van aangetrokken. Op een dag moesten ze allemaal weg naar een kamp. Jaren na de oorlog hoorden we pas wat er met hen gebeurd was. Oma Van Zuilekom bewaarde een foto van moeder en de kinderen.

Henk:

Het gezin Braunhut kwam op 10 april 1943 in concentratiekamp Vught. Op 7 juni moesten moeder en de kinderen mee met het tweede ‘kindertransport’ naar Westerbork. Vader bleef achter in Vught. Op 29 juni 1943 moesten zij naar Sobibor, waar ze direct na aankomst op 2 juli 1943 vermoord werden in de gaskamers. Vader Braunhut kwam op 12 september 1943 in Westerbork. Twee dagen later moest hij naar Auschwitz. Hij overleefde de kampen Auschwitz, Buchenwald en Dachau. Hij keerde op 23 juni 1945 terug in Winterswijk en hertrouwde met zijn enig overgebleven familielid, zijn nicht Bertha Braunhut. Zij kregen 2 dochters: Chaja en Sheda die vanavond in Israël in gedachten bij ons zijn. Dhr. Stemerdink en de leerlingen van de Stegemanschool leggen vanavond de bloemen bij het monument en plaatsen de foto die Mevr. Van Zuilekom zo zorgvuldig bewaarde. Gezichten bij de in steen gehouwen namen op het monument.

Wij roepen vanavond de namen uit het gezin Braunhut en herdenken met hen alle Joodse burgers van Winterswijk die vermoord werden.

Eva Dina Braunhut-Berg, zij werd 41 jaar
Matisjahu Ben Artzi Braunhut, hij werd 6 jaar
Abraham Braunhut, hij werd 4 jaar

Van generatie op generatie moeten de herinneringen verteld blijven worden en de namen genoemd, want wie vergeten wordt, sterft een tweede maal.

--------------------------------------------------

Herdenking 2015

Henk:

Vanavond helpen Ashanti, Valerie en Britt, leerlingen van de St. Jozefschool, mee aan de herdenking. Zij volgden in de afgelopen maanden, samen met vele andere leerlingen en hun juffen en meesters, de lessen van het project ‘Leren van de oorlog’.

Sprekers herdenking

Op 13 april 1943 schreef de NSB-burgemeester van Winterswijk een brief aan de ‘waarnemend gewestelijk politiepresident van het hoofdbureau van politie te Arnhem’:

“Ik heb de eer u hoogedelgestrenge te berichten dat van de 99 joden die nog in Winterswijk woonachtig waren er 87 naar Vught zijn vertrokken en 3 zieke jodinnen naar Westerbork zijn overgebracht…”

en

“Thans bevindt zich nog in Winterswijk de uit 5 personen bestaande familie Humberg, Tuunterstraat 7 alhier…”

en hij besluit de brief met

“De verwijdering van de joden uit de gemeente Winterswijk is regelmatig verlopen en stoornissen of moeilijkheden hebben zich niet voorgedaan”.

Was getekend: de burgemeester van Winterswijk.

Wilhelm Humberg uit de Duitse plaats Dingden trouwde met Rosetta Helena Menko uit Winterswijk. Ze gingen wonen in Borken. Daar werden hun eerste twee kinderen geboren: Margot en Vera Rosalia. Op 8 december 1933 kwam het gezin in Winterswijk wonen, weg uit het land waar de nazi’s begin 1933 de baas waren geworden. Ze woonden op het Weurden 88 en later nog even aan de Tuunterstraat 7. Winterswijk, een veilige plaats in Nederland. Hier werd hun zoontje Jacob Abraham geboren. Maar toen werd het oorlog en bleek veiligheid voor hen niet meer te bestaan.

Familie Humberg

Januari 1932, de gouden bruiloft van Rosalia Humberg-Landau en Abraham Humberg. Tussen hen in hun kleindochter Margot Humberg.
Tweede en derde van links, staande, Margot’s ouders: Rosette Humberg-Menko en Wilhelm Humberg.
De foto werd gemaakt voor het familiehuis in Dingden, het tegenwoordige Museum ‘Das Humberghaus’.

Ashanti

Margot schrijft in april 1943 in het poëziealbum van haar vriendinnetje Henny Bussink:

Beste Henny,
Een goed hart
een blij gemoed
is meer waard
dan geld en goed.

Ter herinnering aan je tijdelijke buurmeisje Margot Humberg.

Ze tekent er twee vliegende duifjes bij die een brief dragen met ‘geluk’ daar op geschreven, en een hart met ‘vergeet mij niet’.

Valerie

Ook Vera schrijft voor Henny, op 19 april 1943:

Beste Henny,
Ik lag in mijn tuintje te slapen
toen kwam er een engeltje aan
dat riep: Vera je moet ontwaken
om voor Henny een versje te maken.

Ter herinnering aan je tijdelijke buurmeisje Vera Humberg.

Ze plakt een mooi plaatje op de linker bladzijde en schrijft er bij: vergeet mij niet.

Britt

Margot schrijft ook een versje in het poëziealbum van Rietje Addink:

Lieve Rie,
’t Is weinig van waarde
hetgeen ik u bied.
Pluk rozen op aarde
en vergeet mij niet.

Ter herinnering aan Margot Humberg

Ze maakt er een tekeningetje bij van een wandklok, waarvan de wijzers op 5 voor 12 staan, met een hartje als slinger en ze schrijft er nog eens onder: vergeet mij niet.

Henk:

‘We vergeten jullie niet’, dat zeggen Henny Bussink en Rietje Addink vanavond en wij allemaal zeggen het met hen.
Op 31 juli 1943 kwam het gezin in kamp Westerbork. Op 31 augustus 1943 moesten ze naar Auschwitz, waar moeder en de kinderen direct na aankomst vermoord werden. Wilhelm werd vanaf 7 oktober 1943 tewerk gesteld in Warschau en stierf ergens in Polen op 31 maart 1944. We vergeten hen niet en roepen vanavond hun namen en herdenken met hen al die andere Joodse burgers van Winterswijk die vermoord werden:

Wilhelm Humberg, hij werd 48 jaar
Rosetta Helena Humberg-Menko, zij werd 35 jaar
Margot Humberg, zij werd 14 jaar
Vera Rosalia Humberg, zij werd 10 jaar
Jacob Abraham Humberg, hij werd 8 jaar

Het familiehuis van de Humbergs in Dingden werd een museum, een plaats van onderwijs en gedenken. Ulrich Bauhaus en Hermann Ostendarp zetten zich daar al jarenlang voor in.
Samen met Mevr. Riet Addink en Mevr. Henny Ellenkamp-Bussink, die in gedachten bij ons is, zetten zij vanavond de bloemen en een familiefoto van de Humbergs bij het monument.

Van generatie op generatie moeten de herinneringen verteld blijven worden en de namen genoemd, want wie vergeten wordt sterft een tweede maal.

--------------------------------------------------

Herdenking 2014

foto-4-mei-2014

V.l.n.r. dhr. J. Elburg, Linde Lammers (verborgen achter Linde, haar oma: Mevr. L. Lammers-Vreeman),
Henk Vis, dhr. H. te Bokkel
Foto: Annoesjka Halleriet – Achterhoek Nieuws

Henk:
Linde Lammers van het Gerrit Komrij College maakte een werkstuk over de Joodse gemeenschap van Winterswijk, voor, tijdens en na de oorlog. Zij helpt vanavond het verhaal te vertellen over Philip Schwarz en zijn gezin.

Op 26 augustus 1942 dook Philip Schwarz uit Winterswijk, samen met zijn vrouw Madelene en hun twee kleine kinderen Mathilda en Robert, onder in het Korenburger Veen. Daar waren, met hulp van moedige mensen, een paar keten neergezet waarin twee dagen daarvoor al andere Joodse burgers van Winterswijk zich verstopt hadden, bang om opgepakt te worden door de vijand.

Linde:
Mathilda was 8 en Robert 4 jaar.
Ze gingen zich verstoppen in het veen.
Weg uit hun mooie huis aan de Julianastraat.

Wat mochten ze meenemen?
Een pop, een speelgoedauto?
Wat moesten ze allemaal achterlaten?
Het poppenhuis, het hobbelpaard?
En hun eigen bedjes dan?
En konden de vriendjes nog wel komen spelen?

Wat hebben hun ouders hen verteld?
‘We gaan ergens anders wonen’.

‘Waaróm dan mama, waaróm papa?’
Zouden de ouders dat verteld hebben?
Dat ze zich moesten verstoppen omdat ze Joods waren?
Dat er mensen waren die alle Joden weg wilden hebben?
We weten het niet, ze kunnen het ons niet meer vertellen.

Henk:
Op 27 november 1942 werden Philip, Madelene, Mathilda en Robert, samen met de andere onderduikers verraden, gearresteerd en opgebracht naar het Feestgebouw. De dag daarna werden ze naar kamp Westerbork gebracht. Daar kwamen ze in de strafbarak terecht, omdat ze zonder toestemming verhuisd waren. Op 8 december 1942 moesten ze met de trein mee naar Auschwitz.

Op 28 juni 1944 schreef Philip Schwarz vanuit een werkkamp: ‘Zondag was de verjaardag van mijn kleine jongen, zijn 6e verjaardag. Hoe zou het toch met hen gaan, met mijn vrouw en kinderen?’ Philip wist op dat moment nog niet dat Madelene, Mathilda en Robert al anderhalf jaar daarvoor, op 11 december 1942 in Auschwitz vermoord werden, meteen na hun aankomst daar. Philip stierf op 21 januari 1945, ergens in Midden-Europa.

Wij roepen vanavond hun namen en herdenken met hen al die andere Joodse burgers van Winterswijk die vermoord werden.

Madelene Henriëtte Schwarz-Meijers – zij werd 37 jaar
Mathilde Rosette Schwarz – zij werd 8 jaar
Robert Louis Schwarz – hij werd 4 jaar
Philip Schwarz – hij werd 42 jaar

Nakomelingen van hun moedige helpers uit de families Vreeman, Elburg en Te Bokkel zetten vanavond bloemen bij het monument.

Van generatie op generatie moeten de herinneringen verteld blijven worden en de namen genoemd, want wie vergeten wordt sterft een tweede maal.

--------------------------------------------------

Herdenking 2012

schoolkinderen bij herdenking

Henk:
Gisteren was het 70 jaar geleden dat Joodse burgers in Nederland door de bezetter verplicht werden tot het dragen van een gele ster met daarin het woord ‘jood’ gedrukt. Het was de 57e maatregel die getroffen werd om een grote groep mensen te isoleren van de rest van de samenleving, hen weg te voeren, hen te doden.
De sterren werden gedrukt door textielfabriek ‘De Nijverheid’ in Enschede. Dat was een joods familiebedrijf dat door de bezetter onteigend werd, waarna de opdracht moest worden uitgevoerd. Er werden 4 sterren per persoon gedrukt. Ze kostten 4 cent per stuk, door de joodse burgers zelf te betalen met inlevering van een textielpunt uit het distributiesysteem.

Leerling: Ilse ten Hage
Stel je eens voor:
papa heeft altijd op het gemeentehuis gewerkt en ineens wordt hij ontslagen.
Stel je eens voor:
de slagerij van je oom wordt zomaar afgepakt.
Stel je eens voor:
mama mag alleen nog maar ’s middags van vier uur tot half zes boodschappen doen.
Stel je eens voor:
je mag niet meer naar je eigen school.

Leerling: Illaniek ten Hage
Stel je eens voor:
je mag niet meer naar de bibliotheek.
Stel je eens voor:
je mag niet meer in het park spelen en niet meer naar het zwembad.
Stel je eens voor:
je mag niet meer reizen met de trein, de bus of een taxi.
Stel je eens voor:
je mag niet meer fietsen en je fiets wordt afgepakt.
Stel je eens voor:
je mag niet meer telefoneren.

Henk:
Onvoorstelbaar! En toch gebeurde het en werd de vrijheid van de joodse medeburgers, ook in Winterswijk, steeds meer ingeperkt.
Ondanks dat allemaal was er ook vreugde en hoop op betere tijden. Want op 8 september 1942 trouwde Hartog de Leeuw uit Winterswijk met Lenie Polak uit Bathmen. Het was het laatste huwelijk dat gezegend werd in de synagoge aan de Spoorstraat.
Op de foto zien we het gelukkige bruidspaar, maar we zien ook de sterren die ze dragen.
Op 20 september 1943 werden ze vanuit concentratiekamp Vught naar Westerbork gebracht en vandaar gingen ze de volgende dag naar Auschwitz.
Hartog werd daar meteen na aankomst vermoord. Lenie kwam in de experimenteerbarakken van een nazi-arts en overleefde de hel.
Zij kwam in mei 1945 terug in Nederland en woont sinds kort, omringd door veel lieve mensen, weer in haar geboorteplaats waar zij onlangs haar 93e verjaardag vierde.

We roepen vanavond de naam van Hartog de Leeuw – geboren in Winterswijk op 29 oktober 1914 – vermoord in Auschwitz op 24 september 1943. Hij werd 28 jaar.

We zetten vanavond, mede namens Lenie, de bloemen bij het monument met de 326 namen van hen die het onvoorstelbare ondergingen: vermoord te worden door medemensen.

De avond begint als je drie sterren aan de hemel kunt zien – de nieuwe dag begint als je de mens tegenover je in de ogen kunt kijken.

Vergeten is ballingschap, herdenken is bevrijding.

trouwfoto

--------------------------------------------------

Herdenking 2011

In de afgelopen maanden deden 470 leerlingen van basisscholen in Winterswijk mee aan het project ‘Leren van de oorlog’.
Drie leerlingen van de Julianaschool helpen vanavond mee om een bijzonder verhaal te vertellen: het verhaal over drie joodse meisjes, die alle drie ‘Hannie’ heetten.

- Op het NS-station -

station henk leest

Henk Vis leest het gedicht 'De stilte verscheuren'

station kranslegging

Isabel, Sharon en Teri, leerlingen van de Julianaschool, plaatsen de bloemenkrans

- Op het Mevrouw Kuipers-Rietbergplein -

3 Hannies

Een groep kinderen van School C in Winterswijk. Op de derde rij, links: Hannie van Klaveren en Hannie Philips; op de derde rij, rechts, het tweede kind: Hannie Hamme.

Mevrouw Goossens vertelde ons:
Drie Hannie ’s
Ze zaten bij mij in de klas op de lagere school, school C in het dorp, op de Markt.
Af en toe waren ze een uurtje weg.
Dan hadden ze Hebreeuwse les in het lokaal bij de synagoge.
Op een dag in de oorlog droegen ze allemaal een gele ster met het woord ‘Jood’.
En daarna verdwenen ze, één voor één, van mijn school, uit het dorp, uit mijn leven.

Isabel leest:
Hannie Philips
Haar ouders hadden een manufacturenzaak in de Ratumsestraat nummer 21.
Ze was een heel lief, tenger meisje dat heel goed kon handwerken.
In mei 1943 werd Hannie met haar ouders weggevoerd naar Westerbork.
Verschillende mensen hebben gezien dat ze in een vrachtwagen werden geduwd, vlak bij de oude Wilhelminaschool.
Op 4 juni van dat jaar werd ze, samen met haar ouders, in Sobibor vermoord.

Sharon leest:
Hannie van Klaveren
Zij woonde in de Spoorstraat nummer 28.
Ze lispelde een beetje en droeg vaak een strik in haar donkere haar.
In november 1942 werd Hannie, samen met haar broertje van 2 jaar, naar Westerbork gebracht.
Haar ouders waren daar al ruim een maand.
In Westerbork bleek dat Hannie’s vader een week daarvoor naar Auschwitz was gebracht.
Op 19 februari 1943 werd Hannie met haar broertje en haar moeder vermoord in Auschwitz.

Teri leest:
Hannie Hamme
Hannie woonde op het Molenpad nummer 1, samen met haar moeder.
Haar vader stierf op 4 mei 1941 in Winterswijk.
In november 1942 werd Hannie naar Westerbork gebracht, waar haar moeder in januari 1943 ook kwam. Op 19 februari 1943 werd zij, samen met haar moeder, vermoord in Auschwitz.
In de synagoge bewaren we wat spulletjes van Hannie.

Mevrouw Goossens vertelde ons verder:
Ik woon in Renswoude.
Altijd als ik in Winterswijk kom, ga ik naar het monument op het Mevr. Kuipers-Rietbergplein.
Daar vind ik op het monument de namen van ‘mijn’ drie Hannie ‘s.
Ik raak de letters van hun namen aan en dan zie ik ze voor me.
Vorig jaar was ik hier met de kermis.
Veel lawaai!
Ik ben op het bankje bij het monument gaan zitten en hoorde niets meer van dat lawaai.
Ik was weer bij mijn klasgenootjes.

Drie Hannie ‘s
We roepen vanavond hun namen en herdenken hen samen met al die andere joodse inwoners van Winterswijk die vermoord werden:
Hanna Henriëtte Philips – zij werd 13 jaar
Magdalena Johanna van Klaveren – zij werd 12 jaar
Johanna Hamme – zij werd 13 jaar

Mevrouw Goossens is vanavond bij ons om, samen met de kinderen, bloemen te leggen bij de namen van haar klasgenoten, die het leven afgepakt werd.

Van generatie op generatie moeten de herinneringen verteld blijven worden, want vergeten is ballingschap, herdenken is bevrijding.

--------------------------------------------------

Herdenking 2010

Henk:
Johanna, Kayleigh en Ben zijn leerlingen van de praktijkschool Pronova.
Zij volgden vorig jaar, samen met hun juf Mieke, hun andere meesters en juffen en hun medeleerlingen, het programma 'Leren van de oorlog'.
Twee weken geleden maakten ze een bijzondere wandeling door Winterswijk, van de Meddosestraat naar het NS-station.
Een wandeling die in 1943 ook gemaakt werd door Bertha Poppers-de Wolff en haar dochter Betti Poppers.

foto leerlingen, Henk en juf

Ben, Kayleigh, Johanna, Henk en juf Mieke bij het monument op het station

Ben:
Ze hadden een winkeltje in de Meddosestraat.
Daar verkochten ze garen en band en knopen.
Dingen die je nodig hebt als je kleding maakt.
Veel Winterswijkse mensen kenden hun winkeltje.

Toen kwam er een brief.
Jullie moeten naar een kamp.
Ze lieten nog een foto maken.
Moeder en dochter voor de winkel.
De dag er na gingen ze weg.
Ze kwamen nooit meer terug.

Kayleigh:
Hoe zijn ze gelopen?
Langs de waterpomp op het marktplein.
Langs de kastanjebomen die in bloei stonden.
Langs de Jacobskerk.
Hebben ze de klok nog horen slaan?

Langs hotel Stad Munster.
Heeft een gast hen zien lopen?
Rechtsaf door de Toorenstraat.

Naar het Gemeentehuis.
Daar brachten ze de sleutel van hun huis.
Burgemeester Bos zou hem bewaren.
Het kamp zou niet lang duren.
Dat had hij beloofd.

Johanna:
Ze liepen de Balinkesstraat in.
Langs het postkantoor en de leeszaal.
En toen?
Door de Jeugdkerkstraat of de Schoolstraat?
Liepen ze langs de school?
Heeft een juf of meester hen gezien?
Of een leerling die even over het gordijntje keek?

Toen de Gasthuisstraat in.
Heeft iemand geholpen met koffers dragen?
De oude mevrouw was al 82!
Liepen ze stevig arm in arm?
Zochten ze steun bij elkaar?

Dan de Stationsstraat in.
Langs het huis van familie De Leeuw.
Langs het huis van Mevrouw Maas.
En dan het treinstation.
Mochten ze daar wel komen?
Joodse mensen mochten toch niet reizen met de trein?
----
Die dag mocht het wel.
Dat stond in de brief die ze hadden gekregen.
Ze kochten 2 kaartjes naar Vught.
Twee enkele reizen.

Henk:
En zo gingen die beiden tezamen. Naar concentratiekamp Vught. Daar werden moeder en dochter gescheiden. Moeder werd op 9 mei 1943 doorgestuurd naar kamp Westerbork. Van daar moest zij op 11 mei in de trein naar Sobibor en daar werd zij op 14 mei vermoord.
Haar dochter moest op 3 juli 1943 naar Westerbork. Op 6 juli werd zij naar Sobibor gebracht, waar zij op 9 juli vermoord werd.

We noemen vanavond hun namen en herdenken al die andere joodse inwoners van Winterswijk die vermoord werden:
Bertha Poppers-de Wolff – zij werd 82 jaar
Betti Poppers – zij werd 42 jaar
Jacques Meijer Poppers, zoon en broer, werd al op 16 oktober 1942 naar Auschwitz gebracht. Hij stierf ergens in Midden-Europa, op 31 maart 1944. Hij werd 50 jaar.

Mevrouw Bosma-te Voortwis en Mevrouw te Voortwis-te Voortwis hebben de dames Poppers nog gekend.
Zij zetten vanavond samen met Kayleigh, Johanna en Ben de bloemen bij het monument.
Van generatie op generatie moeten de herinneringen verteld blijven worden, want herdenken is bevrijding.

foto Bertha en Betti Poppers voor hun winkel

Bertha Poppers-de Wolff en Betti Poppers voor hun winkel

--------------------------------------------------

Herdenking 2009

Op 31 mei 1938 trouwde de Winterswijker Bernard Nathan Jacob Menko in Fürstenau met Elisabeth Hamburger.

Het jonge echtpaar ging wonen in Winterswijk op Tuunterstraat nummer 5, mede omdat het in 1938 voor Elisabeth te gevaarlijk werd in haar eigen land.

Op 28 februari 1940 was het groot feest in huize Menko, want er werd een tweeling geboren: Rose Amalia en Jacob. Ook de joodse gemeenschap van Winterswijk deelde in die vreugde.

Op 10 september 1943 werd moeder met haar tweeling vermoord in Auschwitz. Vader stierf op 31 maart 1944 in Warschau.

Vanavond denken we aan hen en noemen hun namen tussen de ruim 300 Winterswijkse joodse medeburgers die in de sjoa gedood werden.

Bernard Nathan Jacob Menko – op de leeftijd van 34 jaar
Elisabeth Menko-Hamburger – op de leeftijd van 28 jaar
Rose Amalia Menko – op de leeftijd van 3 jaar
Jacob Menko – op de leeftijd van 3 jaar

foto kinderen Menko

Rose Amalia Menko en Jacob Menko, de tweeling van
Bernard Nathan Jacob Menko en Elisabeth Menko-Hamburger

Gedichten voorgedragen tijdens de herdenking

De Tweede Wereldoorlog

Al die mensen, ik wil er eigenlijk niet aan denken,
wat een geluk dat wij er nu aandacht aan schenken.

Eerst probeerden we nog te strijden,
om Nederland te bevrijden.
Na vijf dagen gaven we het op,
want de regering zei: ‘stop’.

De koningin was naar Engeland gevlucht,
en slaakte daar een diepe zucht.
De oorlog begint nu ook bij ons,
en Nederlands hart deed bons bons.

Allemaal zo uit huis gerukt
en in een trein gedrukt.
Wat een verschrikking was dat toen.
Hoe kunnen mensen tegen elkaar zo lelijk doen?!

Al die mensen in die kampen
en de nazi’s die maar door ons land stampen,
om zo maar mensen weg te halen uit hun huis,
een concentratiekamp is echt geen ‘thuis’.

Je probeerde eerst nog onder te duiken
of je te verstoppen in de struiken.
Meestal hielp het niet,
ook als jij hun niet ziet.

Toen brak er een hongersnood uit,
en kreeg de dood een nog grotere buit.
Er was alleen nog maar eten in het Noorden en Oosten,
daar trokken veel mensen helemaal naar toe
om hun hongerige kinderen te troosten.

Maar op 5 mei kwam een grote dag,
een dag die heel Nederland vieren mag.
Nederland werd bevrijd
van die verschrikkelijke tijd.

Ezra te Paske
Groep 8, PC. Emmaschool

Oorlog,

Oorlog in de wereld.
Wat moet je daar nu mee?
Je hoort schoten van geweren,
en het gerommel van de tanks.
Soldaten lopen over straat.
Je voelt je er niet veilig.
Er lijden miljoenen mensen,
en er gaan duizenden mensen dood.
Wat is daar nou leuk aan?
Wat is daar nou fijn aan?
Het is tenslotte alleen maar narigheid'

Oorlog,
Waarom zou je vechten.
Als je ook gewoon kunt praten,
als je ook gewoon kunt luisteren.
Je hoeft toch niet te vechten om
dat ene stukje land
alleen te overwinnen?

Lisa Ehrenhard
Groep 8b, obs De Kolibrie

--------------------------------------------------

Herdenking 2008

Jaarlijks worden op 4 mei bij o.a. de monumenten op het Mevr. Kuipers-Rietbergplein de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht.

kranslegging 4 mei vertegenwoordigers

Vertegenwoordigers van de Joodse Gemeente, 4-mei herdenking in Winterswijk

Sinds een aantal jaren nemen ook kinderen die het project ‘Leren van de oorlog’ gevolgd hebben, actief deel aan deze herdenking. Ze doen dat met gedichten, brieven en creatieve activiteiten rondom de monumenten.

kransleggin 4 mei kinderen

Kinderen nemen deel aan de 4-mei herdenking in Winterswijk

De leerlingen ervaren het herdenken als een heel zinvolle en belangrijke activiteit:

‘Als je alles zomaar vergeet, kan het misschien opnieuw gebeuren en dat mag nooit meer’

In 2008 schreven leerlingen van één van de deelnemende scholen een brief aan de kinderen van de familie Gans, die allen vermoord werden:

foto kinderen Gans

Winterswijk, 4 mei 2008.

Beste Bram, Liesje en Emma Gans,

We vinden het zo oneerlijk wat er met jullie en jullie ouders en jullie kleine broertje gebeurd is. Wat zijn mensen toch dwaas dat ze andere mensen doden om hun levensovertuiging. Het is te erg voor woorden. We worden er stil van.

Jullie zouden nu 75, 72, 70 en 66 jaar geweest zijn. Dat is zo oud als onze opa’s en oma’s of zelfs onze overgrootopa’s en oma’s. Jullie zijn nooit verliefd, verloofd en getrouwd geweest. Door jullie dood is zóveel moois niet gebeurd. Door jullie dood en de dood van al jullie vriendjes en vriendinnetjes, hun ouders, hun opa’s en oma’s is zoveel verloren gegaan.

Dat kunnen we niet vergeten en daarom zetten we jullie foto bij het monument, dat er ook voor jullie is. Het staat middenin het dorp, tegenover het gemeentehuis en naast het huis waar burgemeester Bos woonde. Je weet wel, de man die jullie een halfjaartje uitstel gaf voordat jullie werden weggevoerd… We zetten ook bloemen neer en als de mensen dat zien, zullen ze nadenken over wat jullie is aangedaan. Over hoeveel je dan stukmaakt en over het verdriet dat er dan komt en nooit meer overgaat. Zou het helpen? Ja toch? Wij hopen het!

De leerlingen van groep 8 van de Koningin Wilhelminaschool.